Speech Yuki Kho bij de opening van de MAAK! tentoonstelling

Museum Arnhem, 5 februari 2026


Hallo allemaal,

Mijn naam is Yuki Kho. Ik ben kunstjournalist en eindredacteur van verschillende cultuurprogramma’s bij de VPRO. Ik had de eer om onderdeel te zijn van de jury van deze tentoonstelling. Dat deed ik samen met Manon Braat, Sebastiaan Groot, Richard Kofi en Ted Noten.


Duizend inzendingen. Duizend. Zoveel inzendingen kwamen er binnen. Dat zegt iets. Over de behoefte om te maken. En over de kracht van kunst. Uren heb ik klikkend en turend doorgebracht. Soms met een pauze, even uitblazend. Niet omdat het te veel was, maar omdat het soms juist overweldigend mooi was. Te ontroerend. Te dapper. Te eerlijk. Of nou ja,  niet te, maar u begrijpt me.

Wat opviel, was hoe vaak de inzendingen vergezeld waren door persoonlijke verhalen. Verhalen over mentale en fysieke gezondheid. Over omgaan met een wereld die steeds chaotischer, luidruchtiger en ongrijpbaarder wordt. Veel makers bevonden zich in een transformatieve fase in hun leven: met pensioen, langdurig ziek, herstellend van een burn-out, net een kind gekregen. Prettige en minder prettige fases. Dat we als mensen juist in zulke fases gaan maken, laat iets fundamenteels zien.

Juist als we dingen voelen in ons lijf en hoofd, ontstaat de behoefte om daar grip op te krijgen. Wij mensen houden van begrijpen, van betekenis geven. Maar wat als dat niet lukt in taal? Wat als woorden tekortschieten?


Dan maak je iets. Een talisman. Een schilderij. Een tekening. Een beeld. Een sieraad. Een wandkleed. Dan maak je een kunstwerk.


Wat mij ook raakte, was hoe vrij veel van deze werken waren. Veel professionele kunstenaars om mij heen zwoegen onder het juk van het publiek in hun hoofd.
 “Wil mijn publiek dit wel?” “Verkoopt dit wel?” “Past dit bij de tijdgeest?” Bij niet-professionele makers is die blik er vaak minder. Dat is niet zo zwart-wit, erkenning speelt heus ook daar mee, maar als kunst niet je broodwinning is, werkt er een ander mechanisme. Je kunt iets maken dat nergens naartoe hoeft.


Alle werken die wij als jury hebben gezien, waren in de eerste plaats gemaakt voor de maker zelf. Niet voor een publiek, niet voor een verzamelaar, niet voor een curator. Maar gewoon: voor zichzelf. Sommige van deze werken zijn zelfs nooit eerder door iemand anders bekeken. En nu door zovelen! Dat vind ik iets heel bijzonders. En ook een compliment aan Museum Arnhem, dat dit mogelijk maakt.

Het juryoverleg zelf verliep verrassend soepel. Iedereen had zijn favorieten, en ja, een aantal werken werd unaniem gekozen. De rest ontstond uit liefdevolle discussie. Ieder jurylid had zijn of haar hart verpand aan een aantal werken en verdedigde die met verve. Aan een grote tafel, in de ruimte hierachter, schoven we heen en weer met afbeeldingen. Maar als deze, dan die. En “omarm toch ook die”, werd er meer dan eens naar de ander geroepen.


Na die middag, want ja, we hadden er echt een hele middag voor nodig, liep ik verguld naar de trein. Ik jureer vaker voor mijn werk, maar dit glimmen was anders.


En weet u waarom?

Omdat u met zijn allen de kracht van kunst in de samenleving laat zien. Want laten we eerlijk zijn: het gaat niet geweldig met kunst en cultuur in ons land. In de afgelopen regeerakkoorden werd kunst en cultuur amper genoemd. Ik werk bij de publieke omroep, waar de cultuurprogrammering al jaren onder druk staat. Ondertussen nemen de boosaardigheden toe,  ik zeg dat wat eufemistisch,  maar de wereld staat in brand.


En dat terwijl ik denk dat juist nú kunst extra soelaas kan bieden. Nee, kunst gaat de klimaatcrisis niet oplossen. Maar wat kunst wél doet, is iets wezenlijks: we spreken allemaal kunst. Het is een universele taal. Het heeft de kracht in zich om te verbinden. 


In Zwitserland kan een museumbezoek zelfs door dokters worden voorgeschreven, als onderdeel van een behandeling. Dat zegt veel. En dan hebben we het nog niet eens over de kracht van zelf maken. En daar weet u alles van. Wie zelf maakt, kent het gevoel van flow. Dat lekkere,  tintelende gevoel in je nek, wanneer tijd en ruimte even wegvallen en je volledig opgaat in wat je doet. Hoeveel beter voelt u zich daarna? Precies.

Kunst kijken en kunst maken is helend. En dat laat zich niet uitdrukken in euro’s of aandelen. Kunst gaat over ons uiten. Over mijmeren over het leven. Over ruimte maken voor twijfel, zachtheid en complexiteit. Over begrip voor elkaar,  en ook voor onszelf. Kunst gaat over Samen Leven.

En juist in een tijd van noise-cancelling headphones, eindeloos veel schermen en een stijgende zeespiegel hebben we dat meer nodig dan ooit. Veel van de kunst die u vanavond hier ziet, is gemaakt omdat het niet anders kon. Omdat stilstaan onvermijdelijk was. Door ziekte, door verlies of juist door geboorte. Momenten waarop deelnemen aan de ratrace geen optie was. 


Dat er op zulke momenten behoefte ontstaat om schoonheid te scheppen, stemt onwijs hoopvol. En misschien, oh misschien, komt er ooit een regeerakkoord waarin niet alleen staat dat we met z’n allen 10.000 stappen per dag moeten zetten, maar ook dat we 10.000 seconden per week moeten maken. Tijd besteden aan schoonheid. Aan verbeelding. Aan het niet-meetbare.

Wat zou dat doen met ons als samenleving?


Dus dank aan u.

Voor het maken. 
Blijf dat doen.